Witte benen, soepele onderrug

Het was kwart voor zeven en het was nog altijd achtentwintig graden dus ging ik in mijn korte sportbroek op pad. Op het perron zag ik de overbuurvrouw aan komen lopen en zij zag mij ook en toen de metro kwam stapten we samen in, ging ik naast haar zitten en kletsen we wat. Zij ging naar een klassiek concert in de tuin van het stadhuis, dat deed ze vaker, ze was samen met haar broer Vriend van de Stichting Stadsmuziek, dat kostte vijfentwintig euro per jaar en dan kon je gratis naar concerten. Omdat haar broer vanavond vrijwilliger was en de namen op de lijst moest afstrepen van iedereen die een kaartje gereserveerd had, werd er voor hem een plekje vooraan vrijgehouden en omdat zij altijd samen met hem ging zou er ook voor haar een plekje vooraan worden vrijgehouden, al was ze daar niet zo van, maar ja, ze zou het toch maar nemen, dat plekje vooraan. Ik vertelde wat over onze wandelvakantie. Vanwege de werkzaamheden moesten we bij Capelsebrug de metro uit, naar beneden lopen waar de pendelbus stond, een stukje met de bus en dan bij Kralingse Zoom weer de metro instappen. Ik liep iets harder dan de buurvrouw en toen ze weer naast me kwam zitten in de bus, zei ze: ‘Voor een wandelvrouw heb je best witte benen.’ Ik zei: ‘Mooi toch?’ en vertelde dat ik altijd met lange broek wandelde, geen gedoe met zand en steentjes in de schoenen, geen teken op de benen, geen gesmeer tegen de zon. ‘Verstandig,’ zei ze. Lang geleden had iemand tegen haar gezegd dat ze witte benen had en toen was ze een zonnehemel gaan kopen en nu waren haar benen nooit meer wit al was het wel een heel gedoe, dat gewentel onder zo’n hemel. En het voorkwam ook niet dat de huid oud werd, zei ze, met vlekken en zo. Maar ja, ze was het gewend, en ze was nu eenmaal ook een raar mens. Al wilde ze best wat van me lenen, zei ze, van dat spul waardoor dingen je geen biet konden schelen. ‘Blijf maar lekker jezelf,’ zei ik, ‘dat houd je leuk zoals je bent.’ Bij Beurs stapte ze uit, ik bleef nog een halte zitten, liep toen langs de mensen die aan de waterkant zaten of lagen naar de Pilates Studio. Toen ik het leslokaal inliep bekeek Eugenia mijn zomerse outfit en begroette me met: ‘Hé summergirl.’ Ik was vergeten dat we vandaag alle oefeningen op de Wunda chair zouden doen, maar Eugenia niet. Het ging heel goed, ook met witte benen, soms snapte mijn lijf niet helemaal wat het moest doen, zeker bij een oefening waar ik alleen mijn onderrug moest bewegen. Eugenia deed het voor. Toen wist ik dat ik alle aandacht naar dat stukje onderrug moest sturen en de rest kon negeren en zo deed ik de oefening nog een keer en zij riep: ‘Yes, yes, that’s it.’ Ik zei dat ik voor sommige dingen in het leven erg visueel ingesteld was.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.