Lusthof

Gelukkig had ik de website heel goed bekeken en dingen uitgezocht met de plantenzoeker, dan klikte in aan: vaste plant – halfschaduw – blauw, paars, violet – 100, 120 cm en dan kreeg ik zes of acht foto’s met namen en als ik een van die foto’s mooi vond klikte ik erop en dan las ik verder en als ik dan nog steeds tevreden was, schreef ik de naam van die plant met de vindplaats bestaande uit een letter en een cijfer op een briefje. Zo had ik drie briefjes: eentje voor hoge planten en halfschaduw, eentje voor bodembedekkers en eentje voor halfhoge planten die zon wilden. Ik zette twee mandarijnendozen op de achterbank van de auto, we reden een uur en toen waren we in de lusthof die achter hoge heggen verscholen lag op twee hectaren. Er waren moederbedden en verkoopbedden en eerst liepen we een poosje over een looproute tussen de verkoopbedden, maar toen zei ik: ‘Kom, we gaan eerst naar de moederbedden.’ We volgden de bordjes en het was onmiddellijk duidelijk waar de moederbedden begonnen, daar waar op smalle lange bedden alles in volle bloei stond en de lucht wemelde van oranje en blauw en paars en roze en rood en wit en geel. Het was bedwelmend veel, maar ook weer zo mooi dat ik tussen alle bedden door liep en af en toe een foto maakte van een plant die ik heel mooi vond. De zon scheen volop, het was erg warm. Ondanks de vele bordjes om voorzichtig te zijn staken sommige mensen toch dwars door een bed over naar het volgende paadje en R had een paar mensen in de smiezen die alle planten wilden voelen en soms ook aan stengels of blad trokken. Om bij te komen van die overweldigende moederbedden gingen we eerst wat drinken. In de kwekerijschuur stond een mooie koffie- en heetwatermachine die we zelf mochten bedienen, ernaast stond een koelkastje met fles sap van Schulp en op een tafel lagen met losse thee gevulde zakjes en stroopwafels in een grote verpakking en er was een koektrommel waarin we het geld konden doen. Buiten zochten we een plekje in de schaduw en rustten wat en een oude dame met een rollator en benen die lastig bewogen zei dat ze haar metgezellen nu al kwijt was. We vroegen hoe ze eruit zagen en keken een pad in en ik zei: ‘Kan dat er een zijn, die met dat petje op?’ Ze wist helemaal niet dat haar metgezel een petje op had, maar ze dacht dat het de goede was en ze liep weer heel langzaam verder. Toen onze koffie en thee en stroopwafels op waren, pakten we een kar met twee etages en gingen we naar verkoopbed H20. Ik zocht een poosje tot ik de Persicaria amplexic. Dikke Floskes had gevonden en bukte om de potjes van de grond te pakken. Ik pakte er zes, R droeg ze naar de kar en zorgde dat ze stevig stonden. Bij twee van de zes kon ik het rood al zien, het rood dat straks ging uitgroeien tot dikke rode bloemaren. In vak H19 bukte ik bij de Lobelia siphilitica Blaue Auslese, daarvan nam ik er zeven en verderop in vak H16 pakte ik zes potjes met Phlox paniculata Fairytale of the Ural. Volgens het begeleidende plantstekertje gingen daar volgend jaar lange bloempluimen in komen met zalmroze bloemen met een rood hartje. R reed het karretje het H-gebied uit en stak door naar het R-gebied, maar daar kon ik niks vinden van wat ik opgezocht had. Dat kon gebeuren, niet altijd kon alles er zijn, dan hing af van de menskracht en de natuur en hoe snel ze weer konden stekken en opkweken. Ik liep terug naar H, maar dan helemaal vooraan en koos daar zes plantjes van de bodembedekkende Ajuga reptans Catlins Giant die volgend jaar met paarse bloemaren zou gaan bloeien boven een dicht tapijt van groot donkergroen glimmend blad. Op H3 koos ik acht potjes van de Prunella grandiflora Grusse aus Isernhagen, die ook goede bodembedekkers waren met grote helderroze bloemen die ik ook zag, want de bloeitijd was lang en ook nu. Een man die R in de moederbedden had gespot als iemand die overal aanzat, boog zich even over onze kar, benieuwd naar wat het was dat hij zag. ‘Je wordt er hebberig van he,’ zei hij, ‘zoveel moois.’ We knikten. Toen liepen we een stukje terug naar de W-bedden en daar bukte ik in vak W6 voor twee potjes van de Knautia macedonica hybride. Die had ik niet van te voren uitgezocht maar op de moederbedden gezien, prachtige rode bloemen aan luchtig vertakte stengels die in de lucht leken te zweven, ze konden 130 centimeter hoog worden en ik wist in de tuin een mooi plekje waar ze precies zouden passen. In dat zelfde vak nam ik twee potjes van Veronica longifolia First Love waarin de zuurstokrode aren al een beetje zichtbaar waren en volgens de beschrijving wel lichtgevend zouden gaan lijken. Toen zei ik tegen R: genoeg. Thuis zette ik de dozen op het terras in de schaduw, haalde de plantjes eruit, bedekte de bodems van de dozen met een grote puinzak, zette de plantjes weer terug, pakte de slang die aan de regenton vast zit en en liet water tussen de potjes lopen. Ik wachtte twee nachten en een dag, zag de plantjes met de dag groeien en sterk zijn, stond toen vroeg op en ging aan de slag. Ik kon nog zeker drie, vier keer terug voor ik alle kale plekken en de twee nieuwe bedden waar nu het wilde bloemenmengsel stond, opgevuld zou hebben.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.