Glimlach

Net voor het station riep de conducteur om dat hij goed en slecht nieuws had. Het goede nieuws was dat de trein helemaal volgens dienstregeling aankwam. Hij begon alle overstapmogelijkheden te noemen terwijl ik wachtte op het slechte nieuws, was er ergens een seconde geleden iets gebeurd, een springer, een stremming van een paar uur? Maar eerst kwam er nog meer goed nieuws, de trein naar de hoofdstad die nu ongeveer had moeten vertrekken, was verlaat, dus de mensen die die kant op wilden konden die trein nog halen en ik was zo iemand, dus geen problemen voor mij. Zo babbelde hij maar door met alle goednieuws-overstappen en tijden. Ik begon langzaam wel te vermoeden wat het slechte nieuws ging worden. Dat was dat deze trein niet verder ging, gewoon volgens dienstregeling, en dat iedereen dus moest uitstappen, de warmte van zeker dertig, tweeëndertig graden in, en de conducteur verzocht ons dat met een glimlach te doen. ‘s Avonds terug vroegen twee stevige conducteurs – niet stevig in omvang, ook niet stevig in spierballen, maar stevig in natuurlijk gezag – om onze kaartjes en schuin voor me aan de andere kant van het gangpad zat een knul zonder kaartje. Hij vroeg of hij met contant geld een kaartje kon kopen. Nee, dat kon nergens meer, nou ja, misschien nog ergens bij een loket bij een mens van vlees en bloed erachter, maar ik denk dat de conducteurs wel in de gaten hadden wat voor vlees ze in de kuip hadden. Had hij een legitimatie? Nee, die had hij niet. ‘Je kent de procedure,’ zei de vrouw. Ze had halflang blond, lichtgrijzend haar, ze was van mijn leeftijd, iets ouder misschien. ‘Als ik de politie erbij haal, gaan die je fouilleren en als blijkt dat je wel een legitimatie op zak hebt, kost dat je vijfhonderd euro.’ De jongen zei dat dat niet waar was. ‘In je dromen,’ zei de mannelijke conducteur, hij had een goed verzorgde, lange grijze baard. De vrouw begon al niet eens meer aan het uitschrijven van een kaartje, ze zei: ‘Je gaat lekker een luchtje scheppen op het volgende station,’ en dat was Breukelen, dus daar moest hij de trein uit, hij deed het helemaal vanzelf, met een kleine glimlach alsof hij eerder op de dag in diezelfde trein als ik had gezeten, de andere kant op.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.