Buren

envelopGeen klap van de brievenbusklep, toch hoorde ik beneden iets op de grond vallen. Het was bijna¬†middernacht. Misschien was het de achterbuurvrouw op haar laatste ronde met haar hondje die vanmiddag zei dat ze haar kaartje in de bus zou doen. Op doordeweekse dagen, als ik in bed de krant lees met het raam een stukje open, is zij vaak de eerste die ik hoor, pratend tegen haar zoontje dat zo vroeg van alles aan het doen is, behalve op zijn fiets stappen om naar school te gaan. Sinds enkele weken is er een hond, een puppy nog, en die liet ze uit. Ik kwam net terug van een rondje rennen en in plaats van het gebruikelijke ‘hallo’ vroeg ik hoe het ging met de nieuwe huisgenoot. De achterbuurvrouw woont hier nu acht jaar, in het begin dacht ze dat hier alleen maar oude mensen woonden, tot ze ons zag. Ze is architect, haar man ook, hun huis is hetzelfde als het onze, we spraken over vloerisolatie, energiebesparing. Ze zei: kom eens langs, ik zal mijn kaartje in de bus doen. Maar deze plof klonk te zwaar voor een simpel visitekaartje. Ik liep de trap af, zag een rouwkaart. De zeeman (zo noemen we hem vanwege zijn donkerblauwe schipperspet) van schuin tegenover ons was overleden. Tussen de gordijnen door keek ik naar het getroffen huis. Op straat de overbuurvrouw, weduwe nu, ze was net klaar met haar rondje kaarten bezorgen. Alleen liep ze haar voortuin in.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.