Vanzelf

knipperlichtIk kreeg een leenauto. Het was een diesel. Ik had nog nooit in een diesel gereden. Het had wel wat. Dat zware geluid, dat langzame optrekken, alsof ik een zware machine bestuurde. Toen ik de auto startte, gingen de lampen vanzelf aan. De richtingaanwijzerhendel sprong vanzelf terug in zijn neutrale stand. Gaf ik één tikje dan knipperde het oranje licht drie keer, duwde ik door, wat eigenlijk neerkwam op twee tikjes, elke keer vanuit die neutrale stand, dan bleef het knipperlicht aan tot ik de bocht door was. Het miezerde. De achterruit zat vol regendruppels. Ik duwde de ruitenwisserhendel naar boven, die ook vanzelf terugsprong, en nog meer naar boven, wat eigenlijk niet kon, vanwege dat vanzelf terugspringen, maar daardoor gingen alleen de wissers op de voorruit als een idioot vegen. Naar beneden had ook geen effect op de achterruit en draaien aan het uiteinde van de hendel leverde ook niks op. Toen ik thuis kwam, was de achterruit nog steeds niet gewist, maar de lampen gingen vanzelf uit toen ik de sleutel uit het contact haalde. Ik reed honderd kilometer met de leenauto, ik dacht na over de belachelijkheid van al die snufjes, ze maakten de mens steeds machtelozer omdat ieder verband tussen een hendel omhoog zetten en een knipperlicht aan zien gaan en die hendel weer omlaag duwen en het knipperlicht weer uit zien gaan, werd weggenomen, je hoefde maar naar kinderen te kijken, die bereid waren om elkaar de hersens in te slaan om maar als eerste op het knopje van de voetgangerslichten of het liftknopje te drukken, om te weten dat de mens  iets in gang wil zetten. Ik leverde na een dag de diesel weer in, kreeg de sleutels van mijn vaders gerepareerde auto, stapte in en reed weg. Ik vond de hendels in mijn vaders auto plotseling heel stroef.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.