Luik

De eerste keer dat vriendin Z bij mij op bezoek kwam, was vijf jaar geleden aan het eind van de maand mei. Ik lees erover in een van de brieven die ik sinds november 2015 schrijf en die ik aan het herlezen ben op zoek naar besluiten voor het raster dat sinds dit voorjaar aan de muur van mijn werkkamer hangt. Soms zitten er luttele dagen tussen een besluit en de uitvoering – op de dag van terugkomst van onze laatste zomerwandelvakantie besloot ik dat ik de smartphone niet meer op mijn lijf zou dragen, niet meer overal mee naartoe zou nemen, niet naar de sport, niet de slaapkamer in. ’s Avonds lag hij al in een hoek van mijn werkkamer en daar is hij blijven liggen en kijk ik er twee of drie keer per dag op. Soms laat uitvoering op zich wachten. Juli 2016 besloot ik naar aanleiding van een interview met schrijver James Salter in The Parish Review dat ik als bejaarde dame met een rugzak en een staf en een hondje rennend rond mijn voeten als een vagebond door de velden zou trekken, van dorp naar dorp. Reizend, verder trekkend, ‘this should be the last image of a life,’ zegt Salter. Deze zomer las ik Friluftsliv van vader en zoon Brinckmann en Raynor Winns Het zoutpad en nu sluimert het verlangen het besluit naar voren te trekken, niet te wachten tot de bejaardheid is aangebroken.

Ik dwaal af. In mei 2016 was vriendin Z voor het eerst in ons huis. Het was een zonnige dag, schreef ik, Z ging in de zon zitten, ik in de schaduw. We zullen dus door de keuken naar het terras zijn gelopen, het trapje af en de tuin in waar toen de tuintafel en stoelen stonden. Misschien heb ik haar eerst nog het huis laten zien. Z keek rustig rond, lees ik, en vroeg toen of we een hond hadden. Ze wees naar het gat in de muur onder het terras. In die muur zit een vierkante opening, omkaderd door een kozijn en in dat kozijn hoort een deurtje, maar dat deurtje was er toen al een jaar of wat uit, omdat R het aan het schilderen was. Achter het gat zit een ruimte waar ik met een gebogen hoofd kan staan. In het land waar Z geboren is, duidt zo’n opening – in een rots bijvoorbeeld – op de plek waar de hond wordt gehouden. Ik schudde mijn hoofd. Geen hond.

Ruim vijf jaar verder zijn er wel dieren in die ruimte, compostwormen, en sinds een maand zit het luik er weer in, gegrond en afgelakt en wel.

De compostwormen zullen er deze winter lekker warm bijzitten.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.