Kast met deuren

De kast was 150 bij 72 bij 40 centimeter.

Ik haalde de hoedenplank uit de auto, trok aan een lipje naast de rechterhoofdsteun en klapte een halve achterbankrugleuning naar voren. Naast de linkerhoofdsteun deed ik hetzelfde. Nu was er een plat vlak. Ik opende het portier naast de passagiersstoel, schoof de stoel helemaal naar voren en trok aan een hendeltje waardoor de rugleuning naar voren schoot. Uit mijn jaszak haalde ik de rolmaat. Vanuit de kofferbak stak ik het metalen meetlint de auto in tot tegen de naar voren geklapte rugleuning van de voorstoel. Ja, in principe zou de kast in de lengte en op zijn rug de auto ingeschoven kunnen worden, als ik bij de chauffeursstoel hetzelfde zou doen met de rugleuning.

Omdat er in die situatie niemand achter het stuur kon kruipen, zou de kast, eenmaal in de auto, op zijn zij gekanteld moeten worden en daarna met wat heen en weer geschuif diagonaal moeten komen, zodat de chauffeursstoel weer in een normale positie kon. Ik mat de binnenhoogte van de auto. Was er voldoende ruimte voor de draai?

‘Uit elkaar halen duurt een half uurtje,’ zei R. Hij had het vorige week gedaan voor iemand die een zusje van deze kast via Marktplaats had gekocht en opgehaald. Samen haalden we de kast uit elkaar, het was in een kwartiertje gepiept. Ik legde de planken op het platte vlak in de auto, haalde uit mijn werkkamer nog twee deuren en legde die erbij. Ook het transportkarretje, een plank met vier stevige wielen, legde ik in de auto.

We reden naar vriendin Z. Op het trottoir voor de flat legden we alle onderdelen op het transportkarretje, duwden dat over de trottoirtegels en door de grote hal naar de liften. Gisteren hadden hier zwaarbewapende mannen gelopen, Z had ze gezien vanuit het winkelcentrum waar ze rond had gelopen omdat ze de flat niet in mocht, niet terug naar huis, ik had ze op foto’s gezien op de sites van RTV Rijnmond en het AD, mannen in spijkerbroeken, kogelwerende vesten, bivakmutsen, wapens in de aanslag.

Ons vrachtje paste precies in de lift. Toen op de zevende verdieping de liftdeuren opengingen, roken we gebrande koffiebonen. We rolden het karretje door de hal naar Z’s voordeur die al openstond. We droegen de spullen door de gang langs de fiets met de gerepareerde achterband naar de kamer. Tussen de tafel en de bank had Z ruimte gemaakt.

Ja, R wilde wel koffie, echte koffie. Z pakte uit haar speciale koffiekastje de aardewerken koffiekan – een dikbuikig kannetje met een lange, smalle hals en een oortje tussen buik en hals – en stak in de keuken haar draagbare eenpitsgasstel aan. Terwijl Z de vers geroosterde en gemalen koffie in de kan deed, er heet water op schonk en de kan schuin, dus met één kant van het buikje in de vlammen op het gasstel zette, zetten R en ik de kast in elkaar. Dat ging nog sneller dan uit elkaar halen.

Z deed vers gepofte maiskorrels in een grote schaal, R en ik schoven de kast naar de keuken. We dansten met zoveel mogelijk afstand om elkaar heen in de kleine flat. Ik schoof de kast helemaal in de hoek zo ver mogelijk van de koelkast. ‘Goede plek?’ vroeg ik. Z keek naar de kast, ik zag dat ze ‘m mooi vond. ‘Mooi,’ zei ze. Terwijl Z op de salontafel alles gereed maakte voor de koffie en de thee, monteerde ik de deurtjes. Ik had inmiddels een ontelbare hoeveelheid van zulke deurtjes gesteld. Toen ik tevreden was, kwam Z kijken. Ze lachte een mooie lach, pakte direct spullen die op de koelkast en op de wasmachine stonden en begon die op de planken te zetten, deed de deurtjes dicht, weer open, weer dicht. Netjes achter de deurtjes, ik weet dat ze daar van houdt. Opgeruimd.

Toen gingen we koffie en thee drinken. Behalve de schaal met popcorn was er een bord met een rond plat brood. Ik scheurde er een stuk af, het was nog warm. Ik proefde sinaasappelrasp. Ik vroeg of er sinaasappel doorheen zat. Z lachte. ‘Jij weet alles.’

Ik vroeg Z of de politie nog langs was geweest om te vragen wat zij gezien had. ‘Waarom?’ vroeg ze. ‘Ze weten toch alles?’ ‘Maar jij hebt misschien een van de daders of het slachtoffer gezien,’ zei ik. Dat had ze me gisteren door de telefoon verteld. Dat ze door de korte uitgang naast het kantoor van de huismeester naar buiten was gegaan, dat daar een man had gestaan van wie ze schrok, en die haar vroeg of er hier ook een trappenhuis was. Dat ze nee had gezegd, dat ze wist dat deze man hier niet woonde, anders weet je dat er geen trappenhuis is, ja, alleen voor nood, om van boven naar beneden te lopen, niet om van beneden naar boven te lopen. Dat die zich daar waarschijnlijk ophield om buiten het beeld van de camera’s in de grote hal te blijven.

In de berichten had ik gelezen dat er iemand was overvallen door drie mannen onder bedreiging van een vuurwapen, in het trappenhuis, en dat er daarop met zware uitrusting was uitgerukt. ‘In spijkerbroek,’ zei Z, ‘en daarna ook agenten in dikke zwarte uniformen.’ Twee van de drie daders waren gepakt. Z zei dat ze de afgelopen tijd waarin ze zonder sportschool zat, wel eens oefeningen deed in het trappenhuis. Ze hoeft alleen maar de zware deur naar de galerij vlak naast haar voordeur open te doen en dan de deur naar het trappenhuis ernaast te openen. ‘Oei joei joei,’ zei ze, ‘ik ben bang.’

Ze maakte nog een keer koffie voor R met opgeschuimde warme melk. We legden uit hoe het nu verder ging. Dat de daders in voorarrest zouden zitten. Nog niet in de gevangenis, dat gebeurde pas als de rechter er aan te pas was gekomen. Ze kende zelf een verhaal uit haar eigen gemeenschap. Een man had zijn vrouw heet water in het gezicht gegooid. Hij had lang in voorarrest gezeten, was uiteindelijk vrij gesproken en had ook nog geld gekregen voor dat lange vastzitten. ‘Hoe kan dat?’ zei ze. ‘Als er geen bewijs is en geen getuigen, is het haar woord tegen het zijne,’ legden we uit. En dat we het in ons rechtssysteem nog altijd erger vinden als een onschuldig iemand veroordeeld wordt dan als een schuldig iemand onveroordeeld blijft. Ja, Z kende wel voorbeelden uit haar geboorteland waar iemand een ander beschuldigde en dat die persoon dan voor jaren verdween en niemand meer iets hoorde.

We aten nog wat popcorn, trokken onze jassen aan, zagen nu pas op de tegels tussen haar voordeur en de deur naar de galerij voetafdrukken van grote profielschoenen, had de politie hier gisteren gelopen? Wij gingen naar huis, Z ging haar kast verder inrichten. Thuis zetten we de rugleuningen weer rechtop en legden de hoedenplank in de auto.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.