Thermostaat

Ik had de indruk dat de temperatuur in huis vannacht onder de 18 graden was gekomen en de verwarming was aangeslagen. De radiator in de badkamer die uit een stuk of acht mooie horizontale buizen bestaat, voelde niet warm maar zeker ook niet koud aan. Ik waste me, kleedde me zachtjes aan – R sliep nog en lag diep onder het dekbed – en liep naar beneden. In de keuken pakte ik de kleine steelpan, een dessertlepel en de glazen pot met havermoutvlokken. Ik deed drie schepjes havermout in de steelpan, liep naar de koelkast, pakte het melkpak, goot melk bij de havermout, roerde en draaide de knop van de keramische plaat op zes. In de waterkoker deed ik een klein beetje water en zette de koker aan. Toen liep ik nog verder naar beneden en haalde de krant die alleen op zaterdag in papieren vorm komt van de vloer naast de deurmat. Weer terug in de keuken pakte ik uit de la met borden een schaaltje en uit de koelkast de bak met druiven uit eigen tuin. Ik deed het schaaltje bijna vol met druiven en wachtte tot de havermout gaar was. Met een kop thee, het schaaltje met druiven en havermout en de krant ontbeet ik. Om tien voor tien liep ik zachtjes naar boven, gaf slapende R een kus en liep weer naar beneden. Het was echt kil in huis, de thermostaat gaf 17,8 aan. Ik opende het klepje van de thermostaat, draaide het wieltje voor de eerste keer na de lange zomer op de dagstand en drukte met de pijltjes de temperatuur naar 18,5. Toen ging ik naar buiten voor mijn tweewekelijkse vrijwilligersklusje op zaterdagochtend.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.