Een lange reis

De reis zou 3 uur en 23 minuten duren. Ik fietste naar het station, stapte om kwart voor elf in de trein, stuurde een sms’je naar een nummer om het vervoermiddel van het laatste stukje van mijn reis te reserveren en las in Julia Blackburns Wij drieën. Na een half uur stapte uit, liep van perron 12 naar perron 7 en wachtte 5 minuten. Omdat ik nog geen antwoord op het sms’je had gekregen, gebruikte ik de tijd om een nummer te bellen dat ook in de reisplanner-app stond. De vrouw van Arriva zei dat het goed was dat ik belde, want die sms’jes kwamen niet aan, nergens, maar het stond nog wel overal, dat je kon sms’en, dat kregen ze maar niet weg. Ik zei dat ik een belbus wilde reserveren van die halte naar die halte, maar daar kon ze niks mee, ze had een lijnnummer nodig. Ik haalde mijn telefoon van mijn oor, schoof de reisplanner open, zette de telefoon weer aan mijn oor en noemde het nummer. Ze ging de reservering maken. De trein kwam, ik stapte voor de tweede keer in, pakte mijn boek weer, we gingen halverwege onder het water door, ik las een uur en stapte weer uit. Het station was niet groot, ik liep langs een oud stationsgebouw het perron af en zag direct rechts het busstation al liggen. Nu ik erover nadenk, liggen busstations, gezien vanuit den aankomende treinreiziger, vaak rechts naast stations. Ik overwoog om de wachttijd te benutten voor een toiletbezoek, maar op het perron had ik de wc-deur al gezien, je leek het met een muntstuk te kunnen openen, maar de knop knipperde afwisselend groen en rood en er hing een briefje dat je aan de counter van de Kiosk de sleutel kon halen. Dat vond ik te ingewikkeld. Ik wachtte vijf minuten, toen kwam de bus al, de chauffeur had er zin in en bood de vrouw met de twee koffers die schuin voor me stond aan haar te helpen. We reden een half uur over de snelweg met twee keer een uitstapje naar een vlakbij gelegen dorp en een busoverstappunt in een weiland. Ik las weer wat in mijn boek, de vrouw met de twee koffers las ook een boek, van Donna Tartt, ik kon de titel niet lezen, en toen drukte ik op de stop-knop en even later stapte ik uit. De volgende bus zou over 1 minuut komen, maar kwam niet. Ik zag dat anderen die bus ook moesten hebben en op hun telefoon gingen kijken wat er aan de hand was. Na acht minuten besloot ik dat ook te doen. De bus had twaalf minuten vertraging. Ik zou te laat zijn voor de belbus die ik gereserveerd had. Ik belde weer met het Arriva-nummer en legde de situatie uit. De vrouw zei dat de bus niet kon wachten, dat ze deze reservering dan moest cancelen en een nieuwe reservering kon maken een uur later. Ik vond het belachelijk, maar er leek niks anders op te zitten. De vertraagde bus kwam. Ik ging zitten, klikte een gordel om, omdat dat de instructie was, net als dat je niet door de bus mocht lopen. Toen de chauffeur vaart minderde bij een halte liep ik naar voren en legde de situatie aan hem uit. Hij vond het ook raar dat ik een uur zou moeten wachten, maar hij stond niet in contact met de taxichauffeurs die dit vervoer regelden. Ik zei dat ik de taxicentrale ging bellen, want die stond na de Arriva-sms en het Arriva-telefoonnummer als derde optie in de reisplanner. Ik stond even in de wacht, kreeg toen een aardige mevrouw, ja, de rit was vervallen, had ze gezien, maar ze kon alsnog een taxi sturen, zei ze. Hoe laat kwam ik aan? Ik keek op het routebord in de bus en zei: twee uur. De chauffeur wenkte me inmiddels ook, die had contact gelegd met andere Arriva-chauffeurs, maar ik zei dat het inmiddels geregeld was. We reden over een enorm lange dijk en kwamen toen in een file omdat er verderop sluizen openstonden. Ik zag de chauffeur in de spiegel naar mij kijken. Hij wist het ook van die twee uur. We hadden nog tien minuten. Ik maakte me niet ongerust, ik zag de verkeerslichten verderop alweer op groen springen, de vrouw die schuin voor ons uit haar auto was gestapt, uit een tas op de achterbank een sigaret had gepakt en misschien twee trekjes had genomen, zag het ook, gooide de sigaret op de grond en stapte in. Ruim op tijd was ik bij de halte. Ik wachtte op de taxi die exact om twee uur kwam. Op slappe momenten liet Arriva geen bussen meer rijden, zei de taxichauffeur, maar losten ze het zo op. Ik betaalde 2,50 euro aan de chauffeur, en zijn baas kreeg de rit van Arriva vergoed. De chauffeur vroeg waar ik precies in het stadje moest zijn, daar wilde hij me wel even afzetten, al lukte dat niet omdat het centrum was afgezet voor de oldtimers die een tocht maakten langs elf steden. Vijf minuten later dan gepland was ik op de plek van bestemming. Het was hier ietsje minder warm dan toen ik vertrok, maar nog altijd aangenaam, lekker. En zo verliep de rest van de middag en avond ook: aangenaam, warm, vertrouwd en lekker.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.