Tijd

In de trein kan ik al zien dat de metro vertrekt als mijn trein aankomt. Vroeger rende ik nog in de hoop dat, nu hoeft dat niet meer. Is op dit late uur met lichte nachtvorst maar beter ook. De tijdelijke trappen en perrons op het station in verbouwing zijn van hout, een jongen die de trein wil halen waaruit ik net ben gestapt, glibbert langs de incheckpalen, blijft maar net op de been. Of hij de deuren bereikt voor ze sluiten, volg ik niet, ik heb al mijn aandacht voor me nodig, voorzichtig daal ik de hoge trap af. Gelukkig is er ook nog de bus, die vertrekt over vijf minuten. Ik loop naar de halte, de bus staat aan de overzijde, de chauffeur neemt even pauze. Straks draait hij een rondje.

De bus rijdt voor, ik stap in, ga zitten, de bus rijdt nog niet weg. Op het scherm verschijnt een mededeling, een verklaring waarom de bus stil staat: omdat het nog geen tijd is om te vertrekken, omdat de RET graag exact op tijd rijdt. Uitleg voorkomt geschreeuw en vernielingen. Ik ben er niet uit of het een zegen of een vloek voor de mensheid is, die altijd beschikbare exacte tijd. Ik herinner mij bushokjes in verlaten landschappen waar wind en regen vrij spel hadden zonder idee hoelang het nog ging duren, dan is de huidige technologie een uitkomst. Maar wat doet het met de bestuurders, en wat zwaait er als ze te vaak niet op tijd rijden? Ooit stond ik voorin een tram, op het dashboard zag ik een scherm afwisselend groen of rood kleuren met daarin getallen: + 0:10, – 0:20. Zo wist de bestuurder precies of hij op schema lag, of voor, of achter. Maar zulke gegevens worden opgeslagen. Zijn er scoreborden in de remises met foto’s van de punctueelste en minst punctuele medewerker van de week? Inhouding van loon of boetes voor die laatste?

Ik denk aan het interview in Trouw, ergens vorige maand, met Andrea Marcolongo, auteur van wereldwijde bestseller over het Oudgrieks De geniale taal. Ze vertelde dat je in het Oudgrieks aan de verbuiging van een werkwoord kunt aflezen welke kwaliteit de handeling voor de spreker had. Ze geeft als voorbeeld Homerus, dat je bij hem uit de vorm van het werkwoord kunt opmaken dat Helena woedend op zichzelf was dat ze door Paris was geschaakt en daardoor een lange oorlog had ontketend. Marcolongo noemt het een belangrijk mentaal verschil met bijna alle moderne talen, die met hun verleden, tegenwoordige en toekomstige tijden van het werkwoord vooral het ‘wanneer’ in plaats van het ‘hoe’ van een gebeurtenis willen vastleggen. De oude Grieken hadden daar nauwelijks belangstelling voor, zegt ze. ‘Het Oudgriekse concept van tijd is heel anders dan dat van ons […] een handeling was eenmalig, stond voor de spreker los van de tijd. Tegenwoordig zijn we gevangenen van de tijd. Niet omdat we horloges hebben, maar omdat we elke gebeurtenis verdelen in verleden, heden en toekomst en zo de nuance kwijt zijn geraakt dat de toekomst geen verrassing is en dat het heden verbonden is met het verleden, dat we zijn opgebouwd uit het verleden.’ ‘De toekomst ligt achter ons,’ zegt Marcolongo.

De bus gaat rijden, we passeren twee haltes, niemand staat te wachten, links de knikflats, op zeker een kwart van de balkons trekken verlichte rendieren verlichte sledes tussen lichtslangen en onder lichtgordijnen, dan druk ik op de stop-knop, het stop-bord voorin kleurt rood. De buschauffeur stopt, we groeten elkaar, hij oogt relaxt. Ik loop over het trottoir, kijk de chauffeur in zijn lege bus na, denk aan Marcolongo. Misschien moet ik haar boek eens kopen en lezen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.