Wit

dbToen ik opkeek van mijn boek zag ik een groen veld vol witte stipjes. Ontknoppende voorjaarsbloemen, dacht ik. Toen ik verder keek, zag ik witte daken en toen ik nog verder keek zag ik witte heuvels en naar wit zwemende boomtakken en, weer dichtbij, licht besneeuwde weilanden en wintertarwe met sneeuwvlokjes, geen bloempjes. Hoe lang was het geleden dat ik sneeuw had gezien, had vastgehouden? De boardbistro was gesloten. Eerst dacht ik dat het kwam door een landelijke kuurdag voor het voltallige boardbistropersoneel. Ter hoogte van Wolfsburg, toen de verontschuldiging voor de vierde keer werd omgeroepen, begreep ik dat het was wegens ziekte op het allerlaatste moment van de medewerker, of medewerkers. De buurtaal kent 66 keer zoveel woorden als de onze (volgens Maria Barnas in De Gids). Dat het hele team (op de heenreis telde ik twee medewerkers) een uur voor vertrek ten prooi was gevallen aan buikloop leek me onwaarschijnlijk, maar misschien was er wel een regel die eenpersoonsbemensing verbood. Ik verwachtte na ieder volgend station de blijde boodschap dat een ander team was ingevlogen en dat de koffie en thee vanaf nu rijkelijk vloeiden, maar dat bleek heel Nederlands gedacht. Omdat niemand van de binnenlandse reizigers aanstalten maakte om de bistro te bestormen, hield ook ik me koest.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.