Afval

De glasbak met verschillende gaten voor groen en bruin en wit glas stond vol potjes en flessen. Ik dacht aan een ijzeren wet: stadsmens of plattelander, goddeloos of zwaar in de Heer, een mens die de moeite neemt het verzamelde glas zijn huis uit te dragen, sleept het onder geen beding mee terug. Ik zag Hak appelmoes, Calvé pindakaas, zeker drie flessen Arend Korenmout, twee Mispelblom brandenwijn, Jonge Bols. Ik bevond me in de afvalhoek… lees meer >>

Weg

Ik klauterde een dijk op en tuurde over de Krabbenkreek en het Mastgat. De man die zijn auto in deze verlatenheid voor de mijne had geparkeerd,  liep met twee witte emmers de dijk af. Aan de ronde zat een lang touw. Hij wierp de emmer in het zilte water. Het water goot hij in de vierkante emmer. Toen hij klaar was, legde hij er een deksel op. Het touw draaide hij zorgvuldig, zoals je dat… lees meer >>

School

Ik stond bij het hek van de school in de Balistraat. De zon bescheen de ramen. De gordijnen waren dicht. Het was voor de derde keer in mijn leven dat ik tussen moeders en vaders op een schoolplein stond. Om kwart over drie zouden de deuren opengaan had M gezegd. Ik liep om tien over drie achter twee vaders aan de trap op. De deur van 1-2c stond open. De juf schoof de harmonicadeur dicht.… lees meer >>

Russisch

Ik vroeg wat de Lebkov-special was. De jongen trok een mooi denkgezicht. ‘Ik heb mosterdsoep en kipkerriekokos,’ zei hij. Ik vroeg hem welke hij de lekkerste vond. Dat doe ik altijd als ik niet kan kiezen. Weer maakte hij een mooi denkgezicht. ‘De mosterd is echt mosterd. Pittig. Je moet ervan houden. Ik vind hem heel lekker. De kipkerriekokos is heel romig.’ Hij maakte een vol gebaar met zijn handen. Ik lepelde in de kipkerriekokos… lees meer >>

Werk

Aan de overkant van de straat waren mannen aan het werk. Voor de deur van de Marokkaanse buurvrouw stonden een vrachtwagentje en een bestelauto. Hogendoorn grondverzet en heiwerken stond in oranje op de deuren. Twee mannen in oranje bedrukte jassen zaten op een roodwit afzettingsbord. De dikste rookte sjag, de dunste klom af en toe in een kraan. Er lag een hoop zand naast een gat. Ze keken naar twee mannen in het gat. De… lees meer >>

Wind

Ik kneep mijn ogen tot spleetjes. Het stormde, zand straalde mijn gezicht. Aan de andere kant van het water werd wilde natuur gemaakt, maar hier werd kennelijk ook gewerkt. Ik was op weg naar het eiland van mijn jeugd. Ik zag een informatiecentrumpje dat er nooit geweest was, met drankenautomaat en kaarten en folders, die oudere mannen in groene fleecejassen recht legden. Ik was de enige bezoeker. Aan de muren bekeek ik glossy foto’s van… lees meer >>

Tram

In tram 12 naar Hollands Spoor stond een meisje met een geel hesje van de Dierenbescherming over haar bruine jas met bontkraag tegen het hokje van de trambestuurder geleund. Het was de beste plek om de verlichte straten in te kijken. Er konden relaties van komen, wist ik van mijn buurvrouw die een dochter had. Er gebeurde iets waarover het meisje en de trambestuurder hard moesten lachen. Het meisje wees en sprak opgewonden. Ze had… lees meer >>