Geen zorgen

object1263Vijfenveertig jaar werkte ze in de kraamzorg.
‘Denk niet dat geen man me wilde.’ Haar rimpels lachen. ‘Baby’s zijn gewoon makkelijker.’
Ze frommelt wat aan de krant in haar schoot.
Hoeveel kinderen ze de eerste luier om heeft gedaan? ‘Een paar duizend misschien.’
Nee, over de toekomst maakt ze zich geen zorgen. ‘Syrië? Pensioenverlagingen? Het heeft geen zin. Waar je je vandaag druk over maakt, hoeft morgen niet meer.’
Dan: ‘Neem de baas van mijn pensioenfonds.’ Ze tikt met haar wijsvinger op de Trouw. ‘Die zegt vanochtend: “Hoe kleiner je pensioen, hoe minder je door verlaging geraakt wordt.” Borgdorff heet-ie. Peter. Hij grossiert in kleine pensioentjes. De zorg hè. Veel vrouwen, veel deeltijd, slechte opbouw. Gegarandeerd kruimelwerk.’
Ze legt de krant weg. ‘Dat bedoel ik dus. Nog even en de pensioenlozen zijn de gezegenden.’

Wiskunde

object1264Jeroen Huijben, zestien, Goirle, Jetze Zoethout, zeventien, Goutom
in een aankomsthal te Schiphol
– alleen al hun namen en woonstedes ontroeren –
camera’s: als altijd imponerend
maar het zijn hún halzen waarom het goud

De Volkskrant kopt: ‘uitzonderlijk goud!’
slechts twee keer eerder – 1983, 1977 –
vaderlands succes
Meer nog: een 22ste plek voor Nederland
hóger dan álle West-Europese buren

Ik weet: ergens op het ministerie van Onderwijs
knipt een ambtenaar het krantenbericht met mij mee
om tevoorschijn te halen
als een nieuwe minister een schaamlap
zoekt voor de hantering van het mes

(Jeroen Huijben en Jetze Zoethout wonnen goud tijdens de Internationale Wiskunde Olympiade in Argentinië)

Billen

object1265Mijn nichtje moet van school nadenken over haar volgende opleiding. Met een VMBO-diploma ben je er niet.
‘Wat vind je leuk?’ vraag ik.
‘Weet ik niet,’ zegt ze (haar standaard antwoord).
‘Wat gaan je vriendinnen doen?’ probeer ik.
‘Ze zeggen dat er in de zorg mensen nodig zijn.’ Ze haalt haar schouders op, en dan fel: ‘maar ik ga geen billen wassen.’
‘Verstandig,’ zeg ik.
Ze kijkt verrast op.
‘“Ouderdom hoort bij het leven,” heeft een gezondheidseconoom afgelopen vrijdag in de Volkskrant gezegd. De baas van een grote zorginstelling voegde toe: “Never waste a good crisis”. Daarmee is het jachtseizoen op de 25 miljard euro van de AWBZ geopend.’ Ik heb geen idee of mijn nichtje weet wat de AWBZ is. ‘De gesel van de crisis zal ons heel snel doen wennen aan het idee dat vieze billen, thuiszitten en eenzaamheid bij het leven horen, zoals we ook heel snel gewend zijn geraakt aan het idee dat we moeten doorwerken tot we erbij neervallen. De voorspelde vraag naar meer handen aan het bed zal niet komen.’
Ze denkt na. Dan gretig: ‘Dus die zorgkant kan ik schrappen?’
Gemiddeld één keer per jaar is er vreugde over mijn krantenlezerij.

Feiten

object1359_1‘Onze dromen zullen altijd moeten wijken voor feiten,’ zei de afgelopen week overleden dichter en psychiater Rutger Kopland in een documentaire op de literaire weblog TZUM.
De Volkskrant gaf gisteren een inkijkje in de dromendans tussen politieke partijen en de ‘doorrekenaars’ van het Centraal Planbureau. Ik leerde veel: 1) het CPB rekent partijprogramma’s door die de kiezer niet kent, 2) een deel van de partij-idealen is na overleg met de rekenmeesters geen ideaal meer, 3) de publieksversies zijn vrijblijvend proza.
De echte stresstest voor politici volgt eind augustus als hun overgebleven idealen in Bimbam, Zoom, Mimic en Mimosi worden gestopt: poëtische namen voor economische modellen. Dan wordt duidelijk wiens portemonnee de idealen betaalt.
Behalve stress bezorgt het CPB politieke partijen ook een zomer lang hun stoutste droom. ‘We gaan uit van de fictie dat elke partij de absolute meerderheid in het parlement heeft,’ aldus Johannes Hers, de baas van de sheetbeheerders en specialisten die hun zomer opofferen aan de doorrekeningen.
‘Koortsachtig doortellen tot de echte verhalen op tafel liggen,’ vatte de Volkskrant het CPB-werk samen.
Maar welke verhalen binnen de fictie van de absolute macht zijn echt?
Nogmaals Rutger Kopland: ‘Onze dromen zullen altijd moeten wijken voor feiten.’
Zowel politieke partijen als het CPB kunnen nog kiezen op vakantie te gaan.
Met Rutger Kopland in de koffer.

Soep

object1360_1De onberispelijk geklede man voor mij vroeg om honingtomaatjes. Op zijn borstzak was het groengeel van de staatsbank geborduurd.
‘Twee takken?’ vroeg de groenteboerin. Naast haar hakte haar dochter een meloen in stukken.
Terwijl de kerstomaatjes in een bruine zak verdwenen, informeerde de bankman naar de beste soepgroenten. ‘Blik is ook niet alles,’ verklaarde hij.
‘In Papoea-Nieuw-Guinea hebben ze van penissen soep gekookt,’ zei de groenteboerin.
De bankman lachte. ‘Een leven tussen preien en wortelen heeft uw hersenen aangetast.’
‘Maar het is echt waar,’ verweerde de groenteboerin zich.
Ik knikte bevestigend. Het stond in de krant. ‘De mannen van de soeppenissen hadden zich de woede op de hals gehaald van hun moordenaars. Iets met oplichterij, afpersing van arme drommels, onredelijke tegenprestaties voor diensten die windhandel bleken,’ lichtte ik toe. De dochter had haar gehak opgeschort. Sap drupte van het enorme mes over haar hand en pols.
‘Anders nog iets?’ vroeg de groenteboerin.
‘Anders niets.’ De bankman vertoonde plotseling haast.
Ik had enorme trek in soep.

Supermarkt

object1361Ter voorbereiding op een langdurig verblijf op de snelweg had sociaal filosoof Bram Esser een maand in een buitenwijk gewoond, vertelde hij in het radioprogramma Casa Luna. Hij had een labrador geleend, cursussen in het wijkcentrum gevolgd en vakken gevuld in de supermarkt.
Mensen maken vaker een praatje met het supermarktpersoneel dan met hun buren, stelde hij als opmerkelijke uitkomst van zijn veldwerk vast.
Als bewoner van een pre-Vinex-buitenwijk vroeg ik mij af wat daar opmerkelijk aan is. Dagelijks zeg ik ‘Hallo – Natuurlijk zet ik dat bordje ‘Deze kassa gaat sluiten’ even voor u op de band – Dat is een avocado – Nee hoor, dank u – Nee, hoor, dank u – Nee hoor, die spaar ik ook niet – Oh, ging er iets mis met de pincode? – Fijne avond – Tot ziens’ tegen de mooie meiden die vanaf vijf uur ‘s middags de kassastoelen overnemen van hun moeders.
De vrouw die ik regelmatig de voordeur naast mij zie in- en uitgaan, loop ik hooguit een keer per maand tegen het lijf.
Op naar de oude baas van in de negentig.
‘Mijn buurman van vroeger?’ schreeuwt hij. ‘Een klaploper was het.’
‘En aan de andere kant?’ probeer ik.
‘Die waren van geen enkele kerk.’
Mijn buurvrouw is geen klaploper.
Maar brood verkopen doet ze ook niet.

Inhumaan

object1362Ergens in de Franse Alpen in het kiezelgrind voor een imposant buitenverblijf zitten aan een ovalen tafel een oud-premier, een oud-wielrenner en een oude en een jonge journalist. Het is vanwege de Tour de France. Een publieke omroep zendt het tafereel uit.
Waar wielrennen is, is doping nooit ver weg.
‘Het kan niet,’ zegt de jonge journalist fel, ‘ter bescherming van de renners. Anders vallen er doden.’
De oud-premier van christelijke, Brabantse huize, 81 inmiddels, schiet uit zijn slof. Die arme jongens, zegt hij, zijn de enigen die ‘ter bescherming van zichzelf’ worden vervolgd, beboet, uitgesloten van hun broodwinning.
De rest van de tafel houdt de adem in.
‘Is roken verboden, krijgen mensen die zich kapot roken boetes? Neen. Worden mensen die zich te pletter zuipen uit hun werk gezet? Geenzins.’
Inhumaan. Het grote woord valt.
‘Liever minister-president van Nederland of winnaar van de Tour?’ De oude journalist is in zijn nopjes met de gewaagde vraag van zijn jonge collega aan de oud-premier.
Maar waarom de oude vos niet gevraagd of hij bereid zou zijn voor een paar maanden terug te keren naar het Torentje om de Nederlandse bevolking te vervolgen en beboeten ‘ter bescherming van zichzelf’?
In een land waar volgens politici de roep om strenger straffen van zo’n beetje alles de horenden doof en de zienden blind maakt, zou dit toch de meesterzet voor het CDA moeten zijn.