In de straat

De buurman riep: ‘Heb je tegenwoordig een eigen chauffeur?’ Ik stond op van achter mijn bureau en keek naar buiten. Beneden in een van de parkeervakken zag ik de buurman met de kaasboer bij de geopende achterdeuren van de maisgele kaasbestelauto. De buurman is eergisteren 83 geworden en hardhorend, als hij enthousiast praat hoor je hem door de muren heen. De kaasboer droeg een witte jas, van achter het stuur kwam een oudere man in een zwarte jas. De kaasboer is bij ons ook wel eens aan de deur geweest, toen bestuurde hij die gele auto nog gewoon zelf, maar we eten te weinig kaas. De buurman kletste wat met de mannen en kocht een groot stuk kaas, hij liep ermee naar zijn huis.

De kaasboer stak de straat over naar onze overburen van in de negentig. Zelf leek hij me ook niet meer de jongste. Hij liep een beetje zoals onze overbuurman, met een licht gedraaide, naar voren hellende rug, waardoor het lijkt alsof het lijf de hele tijd zijn best doet om het vooruitgestoken hoofd bij te houden; al was het bij de kaasboer lang niet zo erg als bij onze overbuurman die zijn hoofd voortdurend moet oprichten wil hij iets meer zien dan stoeptegels of vloerbedekking.

De buurman en de overburen zijn de enige twee klanten bij wie de kaasboer nog aanbelt.

Ik was benieuwd of er open werd gedaan, en zo ja, door wie. Toen we zaterdagavond terugkwamen van de jubileumoogsttafel van de telers van ons groenteabonnement stond er een ambulance voor hun huis. De voordeur stond open en de buurman lag op de brancard die net over de drempel werd getild. ‘Och jee,’ zeiden we allebei. Terwijl R inparkeerde, bekeek ik de buurman op de brancard. Ondanks zijn verdraaide rugwervels en zijn hoge leeftijd is het nog altijd een hele lange man. Ik zag zijn mond bewegen en ook zijn hoofd. ‘Hij praat nog,’ zei ik. Nadat hij in de ambulance was geschoven liep ik naar de overbuurvrouw die gearmd met haar directe buurvrouw in de deuropening stond. Hij was gevallen, zei ze, had pijn aan zijn schouder, maar ze dacht dat het wel meeviel. Zo onderkoeld als ze vertelde, zo geschrokken en aangedaan was haar gezicht. Verdraag je zulke schokken nog als je zo oud bent? We hadden hem niet terug zien komen.

De deur ging open. Ik zag een grijze kruin op een hoogte die alleen bij de overbuurman kon horen. Even later stapte hij iets naar voren en zag ik ook zijn wijnrode trui. Hij was weer thuis.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.