Zout

Zout, zei de arts van het Erasmus MC, is het nieuwe roken. Ersin Kiris van de Keuringsdienst van Waarde en deze weken van het programma Broodje Gezond liep dapper naast de arts met in zijn hand aan een hengsel iets wat leek op een grote thermosfles. Het is nog warm, zei Ersin, en overhandigde zijn urine, anderhalve liter, verzameling van een etmaal. We hebben twee gram zout per dag nodig. Meer is schadelijk. Dat de richtlijn maximaal zes gram is, komt omdat die ‘haalbaar’ wordt geacht. Simpel gezegd: we eten gemiddeld tien gram; horen we dat we maar twee gram mogen, dan geeft de gemiddelde mens het direct op, voor zes gram willen we nog wel een poging wagen. Ersin zei dat we met die zes gram ‘nog worden gematst’. Er was een heldere animatie. Teveel zout zet ons lijf in de overdrive, in de nieren is het als een gloeiende kool in je handpalm, weg ermee of het lichaamsdeel verschroeid waar je bij staat. Om de nieren te helpen gaat het hart harder pompen. Schade overal, in de bloedvaten, bij het hart, in de nieren. ‘Maar je merkt het pas als de boel al onherstelbaar beschadigd is en je nieren nog maar twintig procent werken,’ zei de arts. Hij liet een aangetaste nier zien: een verschrompeld, pokdalig stuk ruimtepuin. Ersin is een jonge vent, zijn bloeddruk was 140 over 90. Zijn eten van een hele week stond op een grote tafel. Een deskundige van de Nierstichting berekende dat hij 128 gram zout binnen had gekregen, 18 gram per dag. ‘Eigenlijk drie keer te veel,’ zei ze. Niks eigenlijk. Achthonderd procent teveel, negen keer meer dan nodig. Ondertussen was de urine geanalyseerd. De arts zag zelden mensen met zoveel zout in hun urine: 15 gram. ‘Als je zo door gaat, zien we je hier over een paar jaar weer, maar dan voor een niertransplantatie of dialyse.’ Ersin mokte. Hij was al gestopt met suiker, moest hij nu ook zijn geliefde zout opgeven? Ja, zei de arts. Even later liep Ersin in een supermarkt. Hij vond het maar moeilijk. Een mevrouw van de Consumentenbond bevestigde hem hier in. Al die etiketten lezen, dat was ondoenlijk. Je kon natuurlijk direct van de groente- en fruitafdeling, en vooruit: een volkoren brood en een pak melk, naar de kassa lopen, maar Ersin is niet dom, die weet ook wel dat zijn kijkers op zo’n simpel advies niet zitten te wachten. De industrie moest het gaan oplossen. Dat er iets pijnlijks in het leven zelf zit, stelde Arnon Grunberg in de Groene Amsterdammer van 25 mei, zien we niet graag onder ogen. ‘Er zijn slechts misstanden en rampen en wat die misstanden en rampen gemeen hebben, behalve dat er slachtoffers te betreuren waren, is dat ze voorkomen hadden kunnen worden. […] Zij die falen kunnen ter verantwoording worden geroepen. Op hen kan onze woede zich richten…’ Met een pizza Casa di Mama Speciale in je buik boos zijn op Dr. Oetker, zoiets. Ik voorspel dat een nieuwe donorwet de vraag naar donornieren niet zal gaan bijhouden.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.